De boeken van J.R.R. Tolkien

Inhoud

De Hobbit

(originele titel The Hobbit, of voluit The Hobbit, or There and Back Again) is een boek geschreven door J.R.R. Tolkien, gepubliceerd op 21 september 1937. De ondertitel luidt Daarheen en weer terug (There and back again). Het boek vertelt de voorgeschiedenis van In de Ban van de Ring (The Lord of the Rings).

De Hobbit

De Hobbit is geschreven als kinderboek, maar wordt ook door veel volwassenen gelezen. Het boek verhaalt over een avontuur dat de Hobbit Bilbo Balings samen met Gandalf en dertien Dwergen beleeft. Het boek is wereldwijd in veel talen vertaald. In 1960 verscheen een Nederlandse vertaling van de hand van Max Schuchart, sindsdien drie maal herzien. In Augustus/September 2009 verscheen er ook een Friese vertaling van de hand van Anne Tjerk Popkema, uitgegeven door uitgeverij Elikser.nl.

Uitgebreide samenvatting

De hoofdpersoon is de Hobbit Bilbo Balings (Bilbo Baggins) die, zoals dat van een Hobbit verwacht mag worden, een rustig en voorspelbaar leven leidt totdat hij de tovenaar Gandalf ontmoet en samen met hem en dertien Dwergen op pad gaat om de schat die de draak Smaug van de Dwergen heeft gestolen buit te maken.

Wanneer Bilbo en de Dwergen in een grot door Aardmannen gevangen worden genomen, zorgt Gandalf voor hun ontsnapping uit het grottenstelsel van de Aardmannen. Maar tijdens deze ontsnapping raakt Bilbo van de rest gescheiden. Hij vindt de Ene Ring die lange tijd in het bezit van het duistere wezen Gollem is geweest. Na een raadselwedstrijd met deze Gollem, weet hij te ontsnappen met behulp van deze magische ring. Hij voegt zich weer bij de Dwergen en Gandalf. De Aardmannen zitten echter achter hen aan. Toevallig belanden ze op een open plek in het bos, de plek waar de Wargs (grote wolven) die avond een bijeenkomst houden. Dan komen de Aardmannen, woedend over de dood van hun koning de Grote Aardman die door Gandalf is gedood met zijn zwaard Glamdring. De reizigers worden dan in het nauw gedreven en gedwongen in de bomen te klimmen. Gandalf gooit met dennenappels die hij met magisch vuur uit zijn staf heeft aangestoken. De dennenappels doden veel Wargs of schroeien hun huid. Zelfs de leider van de Wargs wordt verwond. Uiteindelijk komen de Adelaars die de avonturiers redden van de Wargs en Aardmannen. Gandalf, de dertien Dwergen en Bilbo worden door de Adelaars afgezet bij een rots, de Karrots.

Hier woont Beorn, een vriend van Gandalfs neef Radagast. Bij hem kunnen de vijftien avonturiers even op krachten komen. Na een paar dagen gaat het gezelschap het duistere Demsterwold in. Daar vertelt Gandalf dat ze zonder hem verder moeten gaan.

Het gaat goed, totdat ze erge honger krijgen en van het pad afgaan, wat Beorn en Gandalf hen sterk afgeraden hadden. In de verte zien ze licht waar ze naartoe willen. Steeds wanneer ze bij het licht komen, dooft het en verplaatst het zich naar elders. Na drie keer verplaatsen raken ze elkaar kwijt in de duisternis van het woud en worden de Dwergen gevangen door spinnen. Bilbo ontkomt en bevrijdt de Dwergen van de spinnen.

Als ze de volgende dag weer op pad gaan, worden ze gevangen genomen door Boselfen. Ze worden naar het paleis van de Elfenkoning gebracht, waar ze worden vastgehouden totdat ze hun reden van bezoek verklaren. Alleen Bilbo wordt niet gevangen, omdat hij onzichtbaar is door zijn ring. Hij ontdekt al gauw waar de Dwergen zich bevinden en bedenkt een ontsnappingsplan. Hij komt erachter dat het paleis aan een rivier staat en dat via die rivier wijn en andere proviand wordt aangevoerd vanuit Esgaroth. Hij bevrijdt de Dwergen uit hun cellen en duwt ze in lege wijntonnen, zodat ze ontsnappen naar Esgaroth. In Meerstad worden ze warm onthaald door de koning.

Vervolgens zetten ze hun reis voort naar de Eenzame Berg. Als ze bij de Eenzame Berg zijn aangekomen zoeken ze een weg naar binnen. Ze ontdekken de geheime ingang en met behulp van de kaart van Thorin openen ze de deur. Bilbo gaat naar beneden en steelt een gouden beker. Bilbo gaat nog een keer naar Smaugs schuilplaats en voert een gesprek met Smaug. Hij heeft de ring om. Smaug gaat op weg naar Meerstad omdat hij de mensen wil doden die de dwergen en Bilbo hebben geholpen. Smaug wordt tijdens zijn furie gedood door een pijl van Bard. Ondertussen heeft Bilbo op een derde tocht naar beneden de Arkensteen weten te bemachtigen.

Als ze de Berg verlaten hebben en naar een betere schuilplaats zijn gegaan, horen Bilbo en de dwergen dat een leger van mensen en elfen onder leiding van Bard naar de Eenzame Berg op weg is om een deel van de schat op te eisen, deels ook om het verwoeste Esgaroth te herbouwen. De dwergen blokkeren de ingang en Thorin weigert een deel van de schat af te staan. Dan gaat Bilbo met de Ring en de Arkensteen naar het kamp van de mensen en de elfen. Hij geeft de Arkensteen aan Bard, opdat Thorin een deel van de schat af zal staan om tegen de Arkensteen te ruilen. Dan arriveert het door de raven ingelichte dwergenleger onder leiding van Daěn. Op dat moment komen ook de Aardmannen en de Wargs, en de Slag van Vijf Legers barst los. Uiteindelijk weten de dwergen, elfen en mensen te winnen, met hulp van de Adelaars, Beorn en Gandalf.

Bilbo weet niet hoe hij zijn schat mee naar huis moet nemen, en neemt genoegen met een kist gevuld met goud en een kist gevuld met zilver. Met Gandalf reist hij terug naar Balingshoek. Bilbo komt als een rijke hobbit thuis.

[Naar boven]

In de Ban van de Ring

In de Ban van de Ring is een vertaling van het boek The Lord of the Rings (letterlijk: De Heer van de Ringen) geschreven door J.R.R. Tolkien. De Engelse versie verscheen in 1954–1955, de Nederlandse vertaling (door Max Schuchart) verscheen in 1956–1957. Met dit boek gaf Tolkien de aanzet tot de opbloei van het fantasygenre. Het boek werd uitgegeven in drie delen (De Reisgenoten, De Twee Torens en De Terugkeer van de Koning), maar Tolkien heeft het slechts met tegenzin en op aandringen van zijn uitgever in drie delen laten splitsen. Het boek is een van de populairste boeken van de twintigste eeuw en daarna nog gebleven. In de ban van de ring is het volwassen vervolg op het kinderboek De Hobbit.

Samenvatting van het verhaal

De hoofdpersoon, de Hobbit Frodo Balings, krijgt van zijn oom Bilbo Balings een gouden ring. Dit blijkt een ring te zijn die grote macht in zich draagt, gesmeed door Sauron. Sauron, die al het kwade in Midden-aarde vertegenwoordigt, kan alleen verslagen worden door de Ring te vernietigen. De enige plaats waar dit gedaan kan worden is het vuur van de Doemberg, waar de Ring ook door Sauron gesmeed werd.

[Naar boven]

De Reisgenoten (The Fellowship of the Ring)

De Reisgenoten

Frodo krijgt van Gandalf de opdracht de Gouw te verlaten en stelt voor om te doen alsof hij terug gaat naar Bokland waar zijn moeders familie oorspronkelijk vandaan kwam. Gandalf zal dan komen en met hem de reis uit de Gouw ondernemen. Frodo gaat met zijn trouwe vrienden Sam Gewissies, Merijn Brandebok en Pepijn Toek op weg naar Breeg omdat de tovenaar Gandalf niet op tijd in Bokland aankwam. Hij wordt echter voortdurend opgejaagd door de Ringgeesten, de Nazgűl, die proberen voor Sauron de Ring te bemachtigen. Om hen te ontwijken trekken ze door het Oude Woud, waar ze het mysterieuze personage Tom Bombadil ontmoeten. Hun pad leidt ook over de onherbergzame Grafheuvels. In Breeg aangekomen blijkt dat Gandalf er niet is. Hij heeft echter een brief bij de waard van "de Steigerende Pony" (the Prancing Pony) achtergelaten. Helaas was deze waard, Gersteman Boterbloem, vergeten de brief te bezorgen in Hobbitstee. In de brief stond dat Frodo eerder moest vertrekken omdat Gandalf gehoord had dat de Nazgűl waren uitgereden. Geholpen door de Doler Aragorn (bijgenaamd Stapper) brengt Frodo de Ring naar zijn reisdoel, de Elfenstad Rivendel.

Gandalf is inmiddels ook in Rivendel gearriveerd, na een gevangenschap in Isengard, de basis van de Tovenaar Saruman, die de vrije volkeren verraden heeft. In Rivendel wordt tijdens de Raad van Elrond besloten dat de Ring vernietigd moet worden. Frodo verklaart zich bereid om de Ring naar de Doemberg te brengen, en rondom hem wordt een reisgezelschap gevormd dat hem zal helpen zijn doel te bereiken: De Hobbits Frodo, Sam, Merijn en Pepijn, de Elf Legolas, de Tovenaar Gandalf, de Dwerg Gimli en de Mensen Boromir en Aragorn. Boromir komt uit Gondor, waar zijn vader stadhouder is. Aragorn is de erfgenaam van de koningen van Gondor, en zodoende eigenlijk de rechtmatige heerser daarover, maar dat blijkt pas later in het verhaal. Het 'Gezelschap van de Negen' (de negen lopers) neemt het op tegen "de Nazgűl" (de negen ruiters), tegen Saruman, die het hoofd van de orde der Tovenaars was, en tegen Sauron en zijn handlangers. Samen trekken zij naar het zuiden, waar Mordor en Gondor liggen. Mordor is Frodo's verschrikkelijke eindbestemming, het land van Sauron en de Doemberg.

Halverwege de lange reis valt het gezelschap uiteen. Eerst valt Gandalf in Moria tijdens het gevecht met een Balrog in een diep ravijn. Daarna komen ze in het paradijselijke bos Lothlórien waar ze ontvangen worden door Galadriel, die hen drie boten meegeeft om de grote rivier de Anduin af te varen. Zodra ze bij de waterval de Rauros stoppen, is er onenigheid over waar men heen wil. Boromir tracht Frodo over te halen mee te gaan naar Gondor, zodat de Ring daar gebruikt kan worden in de oorlog, maar Frodo wil naar het oosten, naar Mordor. In zijn woede hierover probeert Boromir hem de Ring af te nemen. Frodo vlucht weg en verlaat met Sam het gezelschap door de rivier de Anduin over te steken, op weg naar Mordor.

[Naar boven]

De Twee Torens (The Two Towers)

De Twee Torens

Merijn en Pepijn worden gevangengenomen door de Uruk-hai en Boromir wordt gedood terwijl hij hen verdedigt. De Uruk-hai ontvoeren de Hobbits naar Isengard, achtervolgd door Aragorn, Gimli en Legolas. Merijn en Pepijn slagen erin te ontsnappen aan de Orks die hen gevangen hadden genomen, en vluchten het woud Fangorn in. Hier hebben zij een ontmoeting met Boombaard de leider van de Enten. Enten zijn oeroude en (normaliter) trage wezens, de herders van de bomen. Door toedoen van de Hobbits ontwaken de Enten tot grote 'haastigheid' en trekken ten strijde tegen Saruman. Saruman is een tovenaar, net als Gandalf, maar hij streeft naar macht en wil de Ring in handen krijgen om de wereld te regeren. Aragorn, Gimli en Legolas steunen de mensen van Rohan in hun strijd tegen het leger van Saruman. Ook de uit de dood herrezen Gandalf voegt zich weer bij hen. Hem is de opdracht gegeven weer naar Midden-aarde terug te keren voor het volbrengen van zijn opdracht, de krachten van het goede bij te staan tegen het kwaad van Sauron. In Helmsdiepte weerstaat het leger van Rohan de legers van Saruman. Het leger trekt naar Saruman; daar aangekomen blijkt die door de Enten verslagen. Gandalf ontneemt hem zijn macht, maar na afloop kijkt Pepijn in de Palantír die Saruman gebruikte om met Sauron te communiceren. Daardoor denkt Sauron dat de Hobbit met de Ring ver in het westen is en besluit ten strijde te trekken tegen Gondor.

Intussen ontmoeten Frodo en Sam het schepsel Gollem, dat ooit eigenaar is geweest van de Ring. Oorspronkelijk was hij een Hobbit en heette hij Sméagol, maar hij werd langzaamaan vergiftigd door het kwaad van de Ring tot er weinig meer van hem over was. Frodo's oom Bilbo was hem tegengekomen in een grot en had de Ring daar op de grond gevonden. (De Hobbit). Gollem is bezeten van de Ring en geheel gefixeerd op het terugkrijgen ervan. Uiteindelijk leidt dit schepsel Frodo en Sam door de Dode Moerassen op weg naar Mordor. Ze ontmoeten onderweg in Ithilien, op de oostelijke oever van de Anduin, Faramir, de broer van Boromir, maar in tegenstelling tot Boromir doet die geen poging om hem de Ring af te nemen. Gollem streeft zijn eigen doel na en leidt de Hobbits het hol van een grote spin (Shelob) in, om zo de Ring terug te krijgen. Zijn plan mislukt echter door Sams optreden. Sam draagt zelfs een tijdje de Ring als hij denkt dat Frodo dood is, maar Frodo blijkt toch nog in leven te zijn.

[Naar boven]

De Terugkeer van de Koning (The Return of the King)

De Terugkeer van de Koning

Gandalf en de mensen van Rohan trekken ten strijde naar Gondor. Aragorn, Gimli en Legolas betreden de Paden der Doden, een geheime doorgang door de bergen, om een vervloekt leger van eedbrekers op te roepen tegen Sauron te vechten. Met dit leger gaan ze naar de Gondoriaanse havenstad Pelargir om daar een vijandige kapersvloot te verslaan. In de hoofdstad Minas Tirith is de toestand kritiek. Ook Denethor, de stadhouder, gebruikt een Palantír, om het rijk te overzien, maar doordat zijn Palantir wordt beheerst door Sauron ziet hij alleen wanhoop, zodat hij zelfmoord pleegt. De legers van Aragorn en Rohan verschijnen net op tijd om de aanval van Sauron af te slaan, maar in de strijd sterft de koning van Rohan, en Faramir wordt zwaar ziek door de zwarte adem van de Nazgűl. Aragorn glipt de stad binnen om Faramir te redden met een geneeskrachtige plant, wat hij kan doordat de leden van zijn geslacht daartoe magische kracht hebben. Daardoor wordt hij in de stad herkend als de koning.

Hoewel de aanval is afgeslagen, is de militaire toestand tamelijk hopeloos. Toch gaan de legers van het westen in de aanval, om de aandacht van Sauron te trekken en zo Frodo de kans te geven ongemerkt bij de Doemberg te komen. Voor de poorten van Mordor treffen de legers elkaar. De legers van de Mensen lijken het onderspit te moeten delven.

Frodo en Sam trekken Mordor binnen waar hun leven steeds meer tot een hel wordt. Ze kunnen ongemerkt verder in Mordor doordringen doordat Sauron zijn oog op de vechtende legers heeft gericht. Ze bereiken inderdaad de Doemberg en op het laatste moment wordt Sauron hen gewaar. Frodo zwicht voor de verlokking van de Ring en eist hem voor zichzelf op, maar Gollem valt hem aan en bijt de vinger met de Ring af. In zijn uitzinnige triomf valt hij samen met de Ring in het vuur van de Doemberg.

Dit is het definitieve einde van de Ring en hiermee vergaat het rijk van Sauron doordat deze vrijwel al zijn macht in de Ring gestopt had bij het smeden ervan. Aragorn krijgt de troon van Gondor en Arnor. Hij trouwt met Arwen, de dochter van de Halfelf Elrond, die voor hem haar onsterfelijkheid opgeeft. De Hobbits keren terug naar hun lieflijke woonplaats, de Gouw. Daar aangekomen blijkt dat de verslagen, maar sluwe en wrede Saruman er inmiddels een schrikbewind voert. Hij heeft grote Mensen binnengehaald, die de Hobbits onderdrukken, stenen huizen bouwen en bomen omhakken. Pepijn en Merijn organiseren een opstand van de Hobbits, die in eeuwen geen geweld meer gekend hadden. Saruman en zijn handlangers worden verslagen. De Hobbits beginnen aan het herstel van hun geliefde groene en vredige land. Dankzij een uitzonderlijk gezegend vruchtbaar jaar is de Gouw al snel weer een aangenaam land.

Toch is Frodo hierna nooit meer gelukkig, daarvoor heeft hij te veel wonden opgelopen. Uiteindelijk vertrekt Frodo naar de Grijze Havens om met de Elfen, die nu allemaal Midden-aarde verlaten, en met Bilbo naar het Verre Westen (Valinor) te varen, naar het land van de Elfen. Later zal ook Sam daarheen vertrekken. Ook hij kreeg deze speciale gunst door de Elfen toegewezen, omdat hij (tijdelijk) een Ringdrager is geweest.

[Naar boven]

De Silmarillion

De Silmarillion is een boek samengesteld op basis van teksten van J.R.R. Tolkien. Het werd in 1977, vier jaar na zijn dood, gecompileerd en uitgegeven door zijn zoon Christopher Tolkien. De titel refereert aan een drietal juwelen, de Silmarillen, vervaardigd door de elf Fëanor.

De Silmarillion

In dit boek wordt onder andere het ontstaan van Midden-aarde beschreven, en hoe het Kwaad in de wereld komt. Het tijdsbestek beslaat de eerste drie era's van de wereld en de schepping die eraan vooraf ging. Eigenlijk is de Silmarillion niet één boek, maar een compilatie van meerdere boeken: Ainulindalë (het scheppingsverhaal), Valaquenta, Quenta Silmarillion, Akallabęth (de Val van Númenor) en Over de Ringen van Macht en de Derde Era.

[Naar boven]

Ainulindalë & Valaquenta

In het eerste boek Ainulindalë en Valaquenta wordt de schepping van de Valar door Eru Ilúvatar beschreven en de muziek die zij voor hem maken. Door deze muziek krijgt de wereld gestalte, waarin sommige van de Valar vervolgens afdalen. De geschiedenis van Midden-aarde wordt beheerst door de voortdurende strijd met de slechte Vala Melkor (ook wel bekend als Morgoth).

[Naar boven]

Quenta Silmarillion

Quenta Silmarillion, het derde boek, is het centrale verhaal van de Silmarillion en ook verreweg het langst. De belangrijkste personages in het boek zijn de koningen van de Noldor, een elfengeslacht, en enkele menselijke helden. Samen binden zij de strijd aan tegen Morgoth, de vijand, in de hoop de Silmarillen, die hij gestolen heeft, te herwinnen. Het is echter van het begin af aan duidelijk dat hun strijd hopeloos is, omdat de Noldor hun oorlog tegen de wil van de goden begonnen zijn en bovendien onderling strijd voeren. Hoogtepunten zijn het verhaal van Beren en Lúthien, het verhaal van Túrin Turambar en het verhaal van Eärendil. Ook Elrond en Galadriel spelen een bescheiden rol in deze verhalen.

[Naar boven]

In Valinor

De wereld is geschapen door Eru, de Ene God, ook wel Ilúvatar genoemd. Ilúvatar speelt echter nauwelijks een actieve rol in het boek.

De wereld wordt geregeerd door de Valar, die veel macht van hem ontvangen hebben en ook onsterfelijk zijn. Vanaf het begin der tijden zijn zij verwikkeld in een strijd met Melkor (Morgoth), oorspronkelijk de machtigste van alle Valar, vergelijkbaar met Lucifer, de gevallen engel, die weliswaar niet in de Bijbel genoemd wordt, maar wel een vaste plaats heeft gekregen in de christelijke gedachtewereld.

Valinor is het land in het verre westen van de wereld waar de Valar leven. De Valar Yavanna en Nienna hebben hier in het begin der tijden twee bomen, Telperion en Laurelin, doen ontkiemen. Aangezien beide bomen licht en warmte geven zijn zij de belangrijkste bron van alle leven op aarde. De elf Fëanor -samen met Melkor waarschijnlijk de belangrijkste persoon van het boek- heeft het licht van de Twee Bomen van Valinor vereeuwigd in de Silmarillen. Als de bomen vernietigd worden door Melkor is dit dan ook een catastrofe van welhaast kosmische omvang. De ramp is nog groter doordat Melkor tegelijkertijd de Silmarillen rooft en de juwelen in zijn kroon plaatst.

De gehele geschiedenis van Midden-aarde kan verdeeld worden in de tijd voor en de tijd na de vernietiging van de Twee Bomen van Valinor. Zon en maan worden pas vervaardigd na de vernietiging van de bomen; het zijn de laatste vruchten van de afgestorven bomen. De mens ontwaakt als de zon voor de eerste maal opkomt. Voor de Elfen is de tijd van verval aangebroken: zij zullen langzaam wegkwijnen of naar het verre westen afreizen.

[Naar boven]

In Beleriand

Na de roof van de Silmarillen geeft Fëanor aan Melkor de naam Morgoth, de Zwarte Vijand van de Wereld. Hij besluit hem te achtervolgen naar Midden-aarde om de gestolen juwelen te herwinnen. Deze oorlog duurt ruim vijfhonderd jaar en is voor de Noldor uiteindelijk een grote tragedie: hun koningen worden één voor één verslagen en hun koninkrijken vernietigd. De Valar houden zich al die tijd geheel afzijdig; zij maken ieder verkeer tussen Valinor en Midden-aarde onmogelijk. Het boek ademt dan ook een uitgesproken tragische, maar tegelijkertijd heroďsche sfeer.

Melkor is ook de leermeester van de Maia Sauron (ook wel Gorthaur genoemd). Hij wordt verder bijgestaan door talloze demonische wezens, waaronder de draak Glaurung en Gothmog, de aanvoerder van de balrogs.

Uiteindelijk zullen de Valar, geholpen door Elfen en mensen, Melkor/Morgoth verslaan en de misdaden van de Noldor vergeven. De Silmarillen hebben hun definitieve plaats gekregen: één werd met het schip van Eärendil aan de hemel geplaatst (de planeet Venus). De andere twee zijn verdwenen in de diepten van de aarde en de zee.

[Naar boven]

Over de Ringen van macht

In Over de Ringen van macht, het verhaal dat de voorgeschiedenis vormt van In de Ban van de Ring, is Sauron de duistere heerser die de Ene Ring smeedt. Hij wordt uiteindelijk verslagen door een coalitie van Gil-galad, de laatste koning van de Noldor, en de mens Elendil, koning van Arnor en Gondor. Beiden sneuvelen tijdens dit laatste gevecht. Saurons Ene Ring wordt door Elendils zoon Isildur in bezit genomen als weergeld voor de dood van zijn vader. Isildur heeft echter niet lang plezier van de ring, op de weg terug naar huis komt hij om bij een overval door Orks en gaat de ring, die daarom ook wel Isildurs vloek genoemd wordt voor lange tijd verloren.

[Naar boven]